“Het beroepsgeheim is de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen. Het wordt ook wel zwijgplicht genoemd. Het gaat daarbij vooral om vrije beroepen. Het beroepsgeheim geldt niet, als de betrokkene al of niet schriftelijk toestemming geeft om aan derden inlichtingen te verstrekken. Aan het beroepsgeheim is voor een aantal beroepen het verschoningsrecht verbonden, het recht om vragen van een rechter niet te behoeven te beantwoorden”

Het beroepsgeheim dient ervoor te zorgen dat vaklui hun werk kunnen doen, en dat hun cliënten vrijuit kunnen spreken.

Het beroepsgeheim geldt momenteel in de meeste westerse landen. De beroepen waarvoor het geldt zijn onder meer (para)medici, journalisten, advocaten, notarissen, politieambtenaren, accountants, priesters (biechtgeheim) en tolken.

Historiek
Het begrip is al te vinden in de geschiedenis 300 voor Christus en bestaat nog steeds in de medische wereld.
Later ontstond het beroepsgeheim voor priesters en advocaten. Ze bestonden maar werden niet in de wet opgenomen. Het hedendaagse beroepsgeheim vindt zijn oorsprong in Frankrijk. Het moest de relatie tussen geneesheer en patiënt beschermen en het vertouwen in de geneesheer garanderen.
In 1867 werd art 458Sw in het strafwetboek opgenomen. Hierin werd het beroepsgeheim omschreven en de overtreding ervan strafbaar gemaakt.
In 1950 werd een artikel opgenomen in het Europese Verdrag van de rechten van de mens. Het betreft art 8:“Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.”
Art 458Sw is in 2000 aangepast met toevoeging van art 458bisSw. Dit artikel vermeld dat de zwijgplicht onder bepaalde voorwaarden mag doorbroken worden als het gaat over kindermishandeling of kindermisbruik. Het artikel werd ingevoerd als gevolg van de Wet Strafrechterlijke Bescherming Minderjarigen van 28 november 2000.
Dit houdt twee grote belangen in: het individueel en het maatschappelijk belang. Het individueel belang omhelst de privacy van de geheimgerechtigde.

 

PowerPoint presentatie